Alle berichten van Wanne van den Bijllaardt

Het einde van de kantoortuin?

Welke lessen kunnen we trekken na anderhalf jaar thuiswerken nu organisaties langzaam hun deuren weer openen. Voor de pandemie mocht ongeveer 45% van de werknemers niet op regelmatige basis thuiswerken. Nu is 80% van mening dat regelmatig thuiswerken wel mogelijk is. Welke veranderingen verwachten we nu flexibel werken een blijvertje lijkt.

Werken op afstand

In de eerste plaats zullen organisaties die thuiswerken toestaan hun werkmodellen opnieuw tegen het licht moeten houden. Mede gelet op de werkomstandigheden en de gezondheid van thuiswerkende werknemers. Uit onderzoeken blijkt dat ruim een derde langere dagen maakt en bijna de helft geeft aan dat thuiswerken invloed heeft op de mentale gezondheid. Sociale interactie is en blijft belangrijk, dat is makkelijk te regelen door regelmatig kantoordagen in te gelasten. Het is moeilijker om de uren van de thuiswerkers in de gaten te houden. Dat zal voorlopig nog een uitdaging blijven voor HR.

Einde van de kantoortuin

Is de coronacrisis de katalysator om vaarwel te zeggen tegen de kantoortuin. Deze lag natuurlijk al onder vuur voor de pandemie, maar nu veel werknemers de rust van de thuiswerkplek hebben ervaren het afgelopen half jaar en gemerkt hebben dat ze in een rustige omgeving productiever zijn, zou dat wel eens de definitieve nekslag kunnen zijn voor de verfoeide kantoortuin. Een andere trend is dat door meer thuis te werken 30% van de organisaties overweegt hun kantoren te downsizen. Dat kan ook ten koste gaan van de kantoortuinen.

Waar moet HR rekening mee houden in 2022?

Het demissionaire kabinet kan geen nieuw beleid maken. Er wordt gewacht op een nieuwe regering. Toch zijn er enkele voornemens voor 2022. Het is voor HR goed om te weten wat er volgend jaar verandert. Een overzicht van de regelingen:

Thuiswerkvergoeding

Vanaf 2022 kunnen werkgevers makkelijker een belastingvrije thuiswerkvergoeding verstrekken aan hun werknemers, dankzij een nieuwe gerichte vrijstelling in de Werkkostenregeling. Deze onbelaste vergoeding is gemaximeerd tot € 2 per dag, de zogeheten Nibud-norm. De thuiswerkvergoeding gaat hiermee niet meer af van de zogenaamde vrije ruimte. Dat blijkt uit de belastingplannen voor 2022, die het kabinet heeft gepresenteerd op Prinsjesdag.

Bij een onbelaste thuiswerkvergoeding is het aantal dagen van belang. Zodra werkgever en werknemer afspreken dat er meer dan 128 dagen wordt thuisgewerkt, dan mag de werkgever de werknemer een vaste, onbelaste thuiswerkvergoeding voor het hele jaar verstrekken. Deze aantallen gelden voor medewerkers die fulltime werken. Voor parttime is dat een afgeleide daarvan. De 128-dagenregeling geldt ook al voor de vaste reiskostenvergoeding.

Stimulering Arbeidsmarktpositie (STAP)

Vanaf 1 maart 2022 is voor elke werknemer jaarlijks een budget beschikbaar van € 1.000 voor scholing en ontwikkeling. Dat bedrag kunnen ze zelfstandig zonder bemoeienis van de werkgever aanvragen bij UWV.
Werkzoekenden kunnen eenzelfde bedrag inzetten om hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren door omscholing of het volgen van extra opleidingen.
Vanaf 1 maart 2022 is het STAP-budget aan te vragen bij het UWV.

Bijtelling lease-auto

In 2022 wordt de fiscale bijtelling voor elektrische auto’s met 4% verhoogd tot 16% over de cataloguswaarde tot €35.000. Boven de €35.000 wordt de fiscale bijtelling 22%. De bijtelling voor elektrische auto’s wordt jaarlijks verhoogd tot in 2026 de bijtelling voor alle auto’s gelijk is, namelijk 22%.

Vrouwenquotum

Vanaf 1 januari 2022 is er een vrouwenquotum voor grote bedrijven. Hierdoor moet er  evenwichtiger verhouding komen tussen mannen en vrouwen in de top van grote bedrijven. Dit vrouwenquotum betekent dat grote nv’s en bv’s worden verplicht om ‘passende en ambitieuze streefcijfers’ te publiceren over de verhouding tussen mannen en vrouwen in de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de hoogste laag van leidinggevenden. Minimaal een derde van de commissarissen moet vrouw zijn.

Sneller in de OR

Vanaf januari 2022 kunnen werknemers al na drie maanden in dienst stemmen én zich verkiesbaar stellen voor de ondernemingsraad. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de voorstellen van de Commissie Bevordering Medezeggenschap om de Wet op de ondernemingsraden (WOR) aan te passen meegenomen in de Verzamelwet 2022. Met de aanpassingen wordt het voor flexibele medewerkers, zoals gedetacheerden en payrollers, makkelijker om deel te nemen aan de ondernemingsraad. Op dit moment kunnen werknemers die zes maanden in dienst zijn stemmen voor de OR (actief kiesrecht) en na twaalf maanden zich verkiesbaar stellen (passief kiesrecht). Beide termijnen worden dus verkort tot drie maanden.

Betaald ouderschapsverlof

Vanaf 2 augustus 2022 zijn de eerste negen weken betaald van de in totaal 26 weken ouderschapsverlof. Beide ouders krijgen een uitkering van het UWV ter hoogte van 50% van hun dagloon, maar niet meer dan 50% van het vastgestelde maximum dagloon van € 225,57.

Meer weten over arbeidsrechtelijke regelingen? Volg de cursus Actualiteiten van het arbeidsrecht en u bent in één dag op de hoogte van de nieuwste regelingen.

Vrouwenquotum wettelijk vastgelegd

De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met de wetswijziging die een evenwichtiger verhouding afdwingt tussen mannen en vrouwen in de top van grote bedrijven. Dit vrouwenquotum betekent dat grote nv’s en bv’s worden verplicht om ‘passende en ambitieuze streefcijfers’ te publiceren over de verhouding tussen mannen en vrouwen in de raad van bestuur, de raad van commissarissen en de hoogste laag van leidinggevenden. Deze bedrijven moeten dit rapporteren aan de SER. Als een bedrijf de gestelde doelen niet haalt dan moet het bedrijf daarvoor de reden opgeven. De wetswijziging vloeit voort uit het SER-advies ‘Diversiteit in de top: tijd voor versnelling’ uit 2019.

Evenwichtige samenstelling

De raad van commissarissen van een beursgenoteerde onderneming moet voor tenminste een derde uit mannen en voor een derde uit vrouwen bestaan. Het aantal het aantal vrouwelijke commissarissen in het Nederlandse bedrijfsleven loopt nog altijd achter. Sommige bedrijven moeten werk maken om dit vrouwenquotum te halen. Een benoeming die daarvan afwijkt, is voortaan niet rechtsgeldig. De twee wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek vergroten de kansengelijkheid van vrouwen. Meer diversiteit zou tot betere besluiten en daarmee betere bedrijfsresultaten moeten leiden. Deze wetswijziging voor een vrouwenquotum gaat per 1 januari 2022 in.

13 tips voor het beoordelingsgesprek

Goed voorbereid aan de slag

Veel organisaties hebben een ‘ontwikkel- en beoordelingscyclus’. Daarmee koppelen ze de bedrijfs- en afdelingsdoelstellingen aan de individuele doelstellingen van de werknemers. In twee of drie soorten gesprekken maken werkgever en werknemer hier afspraken over.

Voorbereiden

Het beoordelingsgesprek is het laatste gesprek in de ‘ontwikkel- en beoordelingscyclus’. Het functioneren van de medewerker tijdens het afgelopen jaar wordt beoordeeld en besproken. De afspraken uit het doelstellings- of functioneringsgesprek en het voortgangsgesprek zijn het uitgangspunt voor het beoordelingsgesprek. Hoe duidelijker de doelen en afspraken zijn, hoe minder verrassingen dit gesprek nog op zal leveren. Toch is het verstandig om dit gesprek goed voor te bereiden, want er hangt veel vanaf. Let daarbij op de volgende 13 punten:

Voor het gesprek

  1. Denk goed na over de te bereiken doelen en resultaten. Wat is er afgesproken en is dat ook gehaald? Als het goed is, staan de afspraken op papier.
  2. Wees objectief bij het beoordelen. Er zijn veel verschillende factoren die een rol spelen bij het halen van de doelen. Probeer daar rekening mee te houden.
  3. Schat in of het gesprek lastig wordt. Denk vast na hoe je gaat reageren op de emoties van de werknemer. Als je moeite hebt met emoties en spanningen, school je dan bij.
  4. Stel vast wat de consequenties zijn van de beoordeling. Zoek zo nodig de rechtspositionele gevolgen uit.
  5. Beoordelingsgesprekken kosten veel tijd. Reserveer minimaal drie kwartier voor een gesprek en houd rekening met ‘uitlooptijd’. Plan de gesprekken ruim van te voren.

Tijdens het gesprek

  1. Start het gesprek met de beoordeling. Dat haalt de ergste spanning weg. Als het goed is komt dit niet als een verrassing. De werknemer weet vaak zelf welke afspraken gehaald zijn. Het is geen verrassing als er gedurende de hele periode regelmatig contact is tussen leidinggevende en werknemer.
  2. Zorg dat de beoordeling helder en concreet is. Vaak zijn er verschillende categorieën hoe de werknemer kan scoren. Het meest eenvoudige is uitstekend, goed, voldoende, matig en onvoldoende. Iedere afspraak is zo te beoordelen.
  3. Geef de zwaarte aan van de gemaakte afspraken. Is iedere afspraak even belangrijk? En is dit voor de werknemer duidelijk?
  4. Kijk bij het gesprek ook vooruit. Wat zijn de gevolgen van de beoordeling en welke vervolgstappen zijn er nodig? Hierover kunt u dan in het doelstellings- of functioneringsgesprek verder over praten.
  5. Zorg dat het beoordelingsgesprek ook een gesprek is. Niet alleen u, maar ook de werknemer moet voldoende tijd krijgen om over de beoordeling te praten. Luister goed naar  de argumentatie van de werknemer. Zo komt u veel te weten over de omstandigheden in de organisatie.
  6. Vat aan het einde van het gesprek de conclusies samen en eindig met een compliment.

Na het gesprek

  1. Leg de beoordeling vast. Veel organisaties werken met een formulier. Dat geeft houvast tijdens het gesprek.
  2. Zorg dat werkgever en werknemer de beoordeling tekenen. Geef een exemplaar aan de werknemer en doe het origineel in het personeelsdossier.

Geen anderhalve meter afstand meer

Vanaf zaterdag 25 september 2021 hoeven Nederlanders geen anderhalve meter afstand meer te houden. Wel moet op veel meer plekken een coronatoegangsbewijs worden getoond; bijvoorbeeld in de horeca, de bioscoop en het theater, maar niet op het werk. Een grote meerderheid van de werkgevers vindt het onwenselijk dat ze de vaccinatiestatus van medewerkers niet mogen opvragen. Zij maken zich zorgen over de veiligheid van de werkomgeving.

Vaccinatiestatus

Zeven op de tien werkgevers wil weten wat de vaccinatiestatus van het personeel is. Ruim 80% van die groep wil de vaccinaties ook laten registeren. Bijna alle werkgevers (93%) willen maatregelen treffen voor niet-gevaccineerden, zoals een verplichte coronatest, extra beschermingsmiddelen op de werkvloer of verplicht 1,5 meter afstand houden. Een heel klein deel van de werkgevers (8%) vindt dat niet vaccineren tot ontslag zou moeten leiden. Dat blijkt uit een enquête van de werkgeversvereniging AWVN onder 600 leden.

Privacy

Volgens de AWVN moet het mogelijk worden om in bepaalde situaties de vaccinatie van medewerkers te kunnen bevragen en registreren, als andere maatregelen niet (genoeg) helpen. De CoronaCheck-App kan hiervoor gebruikt worden, aldus de AWVN. Maar op dit moment hebben de werkgevers te maken met de privacywetgeving. Die beschermt werknemers beschermt tegen vragen over en registratie van medische gegevens. De werkgever mag geen gegevens registreren.  Een werkgever kan wel vragen om anderhalve meter afstand te werken en om een mondkapje vragen.

Mondkapje

In het openbaar vervoer blijft een mondkapjesplicht van kracht, zo bevestigen Haagse bronnen. Maar op het perron en bij de bus- en tramhalte hoeft deze bescherming niet meer op. De openingstijden voor de nachthoreca, dat zijn cafés, discotheken maar ook fastfoodzaken, worden niet versoepeld. Tussen 24.00 uur en 06.00 ’s morgens blijft deze horeca dicht.

Misverstanden rond projectmatig werken

Veel medewerkers willen zo veel mogelijk autonomie in hun werk. Organisaties willen de prestaties kunnen meten. Projectmatig werken komt hieraan tegemoet. Projectmatig werken is populair. Het is een manier om dingen te realiseren, een probleem op te lossen of een idee gestalte te geven. Projectmatig werken is geen garantie voor succes. Er bestaan veel misverstanden hierover. We geven er vier:

Misverstand 1: Alles wordt een project genoemd

Niet iedere klus of probleem dat moet worden opgelost, is een project. Sommige afdelingen zijn met tientallen projecten bezig. Ze zien door de bomen het bos niet meer. Wat heeft prioriteit? Een project bij projectmatig werken heeft de volgende criteria:

  • het is gericht op een concreet resultaat
  • het is beperkt in tijd en geld
  • er is een opdrachtgever en een projectleider
  • er zijn meer mensen betrokken bij de klus
  • de projectmedewerkers hebben een verschillende achtergrond of zijn afkomstig van verschillende afdelingen
Misverstand 2: Projectmatig werken betekent veel papier produceren

Er is natuurlijk wel een startnotitie nodig om de opdrachtgever duidelijk te maken wat het doel, de resultaten en de mogelijke risico’s zijn. Daarnaast heeft ieder project een projectplan. Daarin staan het resultaat, de planning, de eisen en wensen en de organisatie van het project. Ook de beslismomenten staan erin. Wat er op papier komt te staan moet een doel hebben. Dat doel is niet het produceren van overbodig papier.

Misverstand 3: De projectleider moet het meeste werk doen

In de praktijk werkt het vaak wel zo. Toch is dat geen automatisme. Projectleiders moeten kunnen delegeren. Ook moet de projectgroep duidelijke afspraken maken wie wat doet. Interne communicatie is van belang zodat iedereen bij het project aangehaakt blijft. Als het enthousiasme in de projectgroep afneemt, moet de projectleider niet het werk overnemen, maar het project aan de gang houden.

Misverstand 4: Projectmatig en planmatig werken is min of meer hetzelfde

Projectmatig en planmatig werken is niet hetzelfde. Als iemand zijn/haar werk structuur geeft door een goede planning wil niet zeggen dat hij/zij ook projectmatig werkt. Dat is dan planmatig werken. Projectmatig werken is een methode op een probleem aan te pakken en op te lossen. Er is geen historisch gegroeide taak, maar er is sprake van een kortdurende klus. Er zijn verschillende fasen in het project. Bij projectmatig werken werkt iemand stap voor stap naar een resultaat.

Meer weten

Als u meer wilt weten over projectmatig werken dan bieden we een training op maat aan. In deze training leert u  meer over het plannen en organiseren van projecten. U vergroot uw kennis en vaardigheden. U leert om in projectverband effectief om te gaan met de leden van de projectgroep en de opdrachtgever, zodat u resultaten haalt. Stuur een email naar info@hrmacademy.nl en we sturen u een prijsopgave.

Bron: het boek projectmatigwerken van Patries Quant

Aanvullend partnerverlof pakt slecht uit voor minima

Voor werknemers met een inkomen tot 110% van het minimumloon pakt het partnerverlof slecht uit. Zij zullen dan ook niet of nauwelijks van deze regeling gebruik maken. Het UWV betaalt sinds 1 juli 2021 het extra verlof in de vorm van 70% van het maximum dagloon voor een periode van vijf weken. Modale inkomens houden daar na belastingen per saldo circa 80% van over. Voor minima is netto 70%. Dat komt door de dempende werking van de heffingskortingen.

 Heffingskorting

Heffingskortingen zijn dat deel van het inkomen dat is vrijgesteld van inkomstenbelasting. Deze kortingen zorgen ervoor dat het partnerverlof voor minima minder voordelig uitvalt dan voor anderen. Volgens Minister Koolmees van SZW wordt de soep niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Hij wijst op de andere voordelen voor minima, zoals het kindgebonden budget en de zorg- en huurtoeslag.

Aanvullend ouderschapsverlof

Het aanvullend verlof voor partners van bevallen moeders komt bovenop het 100% door de werkgever doorbetaalde geboorteverlof van één werkweek, dat in de eerste vier weken na de geboorte opgenomen kan worden. De Tweede Kamer heeft op 20 april ingestemd met een nog verdere uitbreiding van het ouderschapsverlof naar negen weken binnen het eerste levensjaar van het kind, tegen 50% van het maximumdagloon. Dat lijkt al helemaal niet te lonen voor minima. De Eerste Kamer buigt zich op 14 september over de regeling. Als die instemt, gaat deze vanaf 1 augustus 2022 van kracht.

Flexwerk aan banden

Er is nog geen regering maar wel een aanzet tot een regeerakkoord. Mark Rutte en Sigrid Kaag hebben deze zomer een discussiestuk schreven dat bol staat van ambities. Onder andere over de arbeidsmarkt. Als het aan de beide bewindslieden ligt kan deze rekenen op een grondige hervorming.

Door de lasten op arbeid te verlagen, moet het aantrekkelijker worden om werknemers een vast contract aan te bieden. Uitzendwerk is alleen nog toegestaan voor tijdelijk werk en tegen gelijke arbeidsvoorwaarden. Ook wordt er een minimum loon per uur ingevoerd. Er bestaat nu alleen een minimumloon per week of maand, maar dat zegt niet hoeveel uur daarvoor gewerkt moet worden.

Als deze plannen werkelijkheid worden, is dit de derde grootscheepse hervorming van de arbeidsmarkt in zes jaar. Het begon allemaal met de Wet werk en zekerheid (Wwz) in 2015 die als doel had het ontslagrecht sneller, goedkoper en eerlijker te maken en de rechtspositie van flexwerkers te versterken.

In de praktijk kwam hier niet veel van terecht. Op 1 januari lanceerde minister Koolmees van Sociale Zaken de opvolger van de Wwz, de Wet arbeid in Balans (Wab). Doel van deze wet is het herstellen van een aantal fouten uit de Wwz: flex wordt minder flex door het duurder te maken en vast wordt minder vast door het goedkoper te maken. De grootste wijziging was het introduceren van de cumulatiegrond bij ontslag.

Ook de Wab zal het veld moeten ruimen om vaste contracten weer aantrekkelijker te maken om zo werknemers meer zekerheid te bieden. Wilt u meer weten over de laatste ontwikkelingen volg dan de cursus Actualiteiten Arbeidsrecht. In een dag bent u op de hoogte van het laatste nieuws.

Na achttien maanden stopt de coronasteun

Op 1 oktober komt er een eind aan de coronasteun voor bedrijven en zelfstandigen die hun omzet zagen afnemen door corona. Een opmerkelijk besluit, want nog niet alle beperkingen zijn van de baan en over het verloop van de pandemie is nog veel onzekerheid. Nu veel mensen zijn gevaccineerd en corona een blijvertje is, zijn we volgens het kabinet in een nieuwe fase gekomen, waarbij de economie zich maar moet aanpassen aan het coronavirus.

Meer faillissementen

De ministers Blok, Hoekstra en Koolmees hebben het advies van het Centraal Plan Bureau (CPB) overgenomen. Het CPB adviseerde de noodsteun te stoppen omdat deze de economische dynamiek hindert. De verwachting is dat het stop zetten van de noodsteun tot meer faillissementen leidt, maar hierdoor help je sectoren die juist op zoek zijn naar personeel. Het geld dat door het stoppen van de noodsteun vrijkomt wil het kabinet inzetten om mensen te laten omscholen voor ander werk.

Uitzondering

De afgelopen 1,5 jaar heeft het demissionaire kabinet zo’n 80 miljard euro uitgekeerd aan steunpakketten voor bedrijven, werknemers en zzp’ers. Het kabinet maakt één uitzondering voor de nachtclubs en discotheken als die na 1 oktober de deuren niet mogen openen.  Die krijgen nog wel een bijdrage. Het bedrag zal dus nog iets hoger uitvallen.

Meer informatie over de coronasteun vindt u hier.

De vaste reiskostenvergoeding vervalt steeds vaker

De vaste reiskostenvergoeding van werkenden staat bij veel organisaties ter discussie. Medewerkers werken sinds de coronacrisis meer thuis en komen minder op kantoor.  Een vijfde van de organisaties in Nederland heeft al afscheid genomen van de vaste reiskostenvergoeding, blijkt uit onderzoek. Dat betekent dat ze de vaste reiskostenvergoeding van 0,19 cent per gereisde kilometer kwijt kunnen raken. Op jaarbasis is dat een flink bedrag. Het is voor medewerkers een tegenvaller als dat wegvalt.

Tot 1 oktober

Veel werkgevers maken gebruik van de zogeheten praktische regeling om reiskosten uit te betalen. Voor woon-werkverkeer wordt daarmee standaard 19 cent per kilometer uitbetaald voor 214 reisdagen. Dat zijn de werkdagen van een vijfdaagse werkweek. De vakantiedagen zijn hier van af getrokken. Volgens de wet mag de vaste reiskostenvergoeding maximaal 6 weken worden doorbetaald als iemand de berekende kilometers niet meer maakt. Demissionair minister Wouter Koolmees gaf aan dat nog tot 1 oktober 2021 de vaste reiskosten onbelast mogen worden doorbetaald.

Wetswijziging

Het is de vraag wat er daarna gebeurt. De vaste, onbelaste reiskostenvergoeding past niet  goed bij het hybride werken. De kans is groot dat er een wetwijziging komt. Sommige bedrijven wachten niet tot de overheid een knoop doorhakt over de vaste reiskostenvergoeding. Volgens onderzoek van Visma|Raet is 19% van de Nederlandse ondernemers per 1 januari 2021 al gestopt met een vaste reiskostenvergoeding. De werkgever is niet wettelijk verplicht om een reiskostenvergoeding te betalen. Het hangt van de cao of uw arbeidsvoorwaardenpakket af of een medewerker een vergoeding krijgt.

Thuiswerkvergoeding

De werkgever kan in plaats van een reiskostenvergoeding ook een thuiswerkvergoeding geven. Die is meestal belast. Als de werkgever de thuiswerkvergoeding van 2 euro per dag betaalt (de norm van het NIBUD) dan raakt de medewerker ongeveer de helft kwijt aan belastingen. Organisaties kunnen de thuiswerkvergoeding wel onbelast uitbetalen via de werkkostenregeling, maar dat budget is maar beperkt. Als een werkgever dit gebruikt voor thuiswerken dan kan hij geen andere vergoedingen geven.