Alle berichten van Wanne van den Bijllaardt

De kunst van het vragen stellen

Voor HR is communicatie van groot belang. U voert gesprekken met de directie en medewerkers over arbeidsvoorwaarden, contracten, opleidingen en dergelijke. Daarnaast moet u adviseren en bemiddelen bij conflicten. Het stellen van vragen is een belangrijk onderdeel van de communicatie. Goede vragen stellen is voor veel mensen moeilijker dan goede antwoorden geven. Vragen stellen heeft alles te maken met luisteren en interpreteren. Met meer inzicht in het stellen van vragen kunt u als HR-professional veel meer bereiken in uw werk.

Doelen

Bij vragen stellen zijn doelen van belang. Afhankelijk van het doel formuleert u de vraag. Als u een gesprek wilt beginnen of op gang wilt helpen dan is een vraag een goede manier om dat te bereiken (“Hoe gaat het?”). Als u de leiding in het gesprek wilt hebben dan kunt u starten met een vraag te stellen. U geeft daarmee aan dat u bepaalt waarover gepraat gaat worden. U kunt uit 2 soorten vragen kiezen: open en gesloten vragen. Een open vraag is een vraag die uw gesprekspartner uitnodigt om veel informatie te geven. Ze vragen vaak naar het wat, waar, wie, waarmee en het hoe (“Wie zijn onze high potentials?”).  Bij een gesloten vraag kan de ander alleen een voorgecodeerd antwoord geven. Dat is vaak ‘ja’ of ‘nee’ (“Gaat u akkoord met het arbeidscontract?”). Gesloten vragen beperken dus de antwoordmogelijkheden, maar ze zijn handig om toe te passen wanneer u behoefte hebt aan specifieke informatie.

Slechte vragen

Er zijn naast goede vragen ook slechte vragen. Slechte vragen stellen overkomt iedereen wel eens. U stelt een open vraag terwijl een gesloten vraag beter was geweest. Soms is de vraag suggestief. Uw eigen idee of mening zit in de vraag. U suggereert een antwoord (“Vind je ook niet dat de werkdruk te hoog is?”). Het gevolg van zo’n vraag kan zijn dat de ander niet meer durft zijn eigen mening te geven als uw mening al in de vraag zit. Andere slechte vragen zijn bijvoorbeeld als de vraag niet duidelijk is of u weet het antwoord al. Dat kan irriteren. Een ander voorbeeld van een slechte vraag is dat u in één keer twee vragen tegelijk stelt. Als u dat doet dan krijgt u vaak alleen antwoord op de makkelijkste vraag. Vragen die beginnen met ‘waarom’ zijn ook niet goed. Het lijkt een goede open vraag, maar u krijgt meestal een lang en vaag antwoord. Dat is niet wat u wilt. De waaromvraag is bovendien een vorm van kritiek (“Waarom is het ziekteverzuim zo hoog op uw afdeling?”). De gevolgen van slechte vragen kunnen zijn dat uw gesprekspartner geïrriteerd raakt en dat is meestal niet uw doel.

Actief luisteren

Vragen stellen en luisteren horen bij elkaar. Als u goed luistert weet u wat u moet vragen. Luisteren heeft voor velen een wat passieve betekenis. U luistert bijvoorbeeld naar muziek of een podcast. U kunt ook actief luisteren.  Actief luisteren betekent vertellen wat u denkt dat de ander bedoelt (“Klopt het dat u een andere functie wilt?”). De ander kan zo controleren of zijn boodschap juist is overgekomen.

 

 

Inspectie SZW maakt er een potje van

Sinds 2013 heeft de Inspectie SZW een harde fraudeaanpak om zo een afschrikwekkend effect te realiseren. De Inspectie SZW heeft sinds die tijd zo’n 20.000 boetes uitgedeeld voor overtredingen van arbeidsregels. Die boetes treffen met name de kleine ondernemers hard. Uit een analyse van het FD blijkt dat veel boetes onterecht of te hoog zijn.  Uit het jaarverslag van de inspectie blijkt dat zo’n 15% daarvan te hoge boetes betrof. Die moest de Inspectie na bezwaar terugbetalen. Soms voor een deel, maar soms ook helemaal. Het FD heeft tientallen rechtszaken onderzocht en gesprekken met advocaten gevoerd.

Betalen of procederen

Het hardst treedt de Inspectie op tegen illegale arbeid. Het risico daarbij is dat een vriendendienst ondernemers zeer duur kan komen te staan. Een dagje onbezoldigd werken in de tuin of ramenlappen door een bekende of het niet goed bijhouden van gewerkte uren kan uitdraaien op forse boetes. U kunt bezwaar maken tegen een boete, maar als de Inspectie het bezwaarschrift afwijst dan kunt u alleen nog procederen om uw gelijk te halen. Veel organisaties betalen de boetes, omdat dat vaak goedkoper is dan een juridische procedure.

Reactie

Het ministerie van Sociale Zaken schrijft in een reactie de te hoge boetes soms “wel degelijk” te verlagen. “En in situaties waarin verwijtbaarheid volledig ontbreekt, wordt van boeteoplegging afgezien.” Omdat de Raad van State de Inspectie veelvuldig terugfloot is het beleid de laatste jaren verzacht, zo valt te lezen in de jaarverslagen. In 2019 legde de Inspectie SZW bij circa 30% van de overtredingen uiteindelijk geen boete of een lagere boete op. Verder hanteerde de Inspectie een minimumboete van  € 6.000 voor ondernemers in geldnood. Het ministerie van SZW geeft aan dat er nu wordt afgeweken van de minimumboete als de schuldhulpverlening dit voorstelt. “Een van de voorwaarden daarbij is dat er geen herhalingsgevaar is.”

Bron: FD

Is uw BHV-plan nog wel up-to-date?

De laatste tijd gingen steeds meer werknemers weer terug naar het bedrijf. Er zijn nu veel meer mensen op de werkplek dan in april en mei van dit jaar. De werkplek is aangepast aan de coronaregels. Werkplekken zijn afgeschermd met linten en er staat zeep, ontsmettingsdoekjes en handalcohol voor iedereen klaar. Werknemers nemen een broodtrommel mee in plaats van dat ze naar het bedrijfsrestaurant kunnen. We zijn helemaal voorbereid op het nieuwe werken op 1,5 meter. Maar is het BHV-plan nog wel up to date? Wat moet HR hiermee?

De wet geeft globaal aan hoe de Bedrijfshulpverlening georganiseerd moet worden. Er zijn 2 punten:

  1. De werkgever laat zich bijstaan door een of meer werknemers die zijn aangewezen als bedrijfshulpverleners.
  2. Ze beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dat zij de taken naar behoren kunnen vervullen.

Veel bedrijven hebben een BHV-plan. Daarin worden de praktische zaken geregeld. Wie zijn de BHV-ers, wat zijn hun instructies en wat is het vereiste opleidingsniveau. Hoe gaan we ontruimen en op welke manier worden hulpdiensten opgevangen. Maar voldoet het “oude” BHV-plan nog in de nieuwe situatie?

Aandachtspunten

Kijk eens naar de bedrijfshulpverlening.  We hebben 10 aandachtspunten voor u:

  1. Is het aantal aanwezige BHV-ers toereikend nu men veel thuiswerkt? Ook met minder medewerkers in het bedrijf?
  2. Zijn er voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen in geval van een EHBO inzet. Zijn ze geschikt om een virus besmetting te voorkomen?
  3. Hoe gaan we om met reanimatie. Denk hierbij aan wel of geen mond-op-mondbeademing, borstcompressies of AED gebruik.
  4. Inventariseer of BHV-ers liever niet meer aan de BHV willen deelnemen. De reden (bijvoorbeeld risicogroep) is niet relevant.
  5. Hoe gaan we om met ontruimingen? Zijn de verzamelplaatsen (bijvoorbeeld bedrijf in de nabijheid) nog beschikbaar en geschikt?
  6. Werken in het bedrijf “niet zelfredzamen”? Bijvoorbeeld collega’s in een rolstoel. Hoe worden die met inachtname van de 1,5 meter afstand geëvacueerd.
  7. Maakt het bedrijf deel uit van een verzamelgebouw? Kloppen de onderlinge afspraken nog?
  8. Zijn de telefoon- en alarmeringslijsten nog wel actueel?
  9. Kijk naar uw coronaprotocol en kijk naar de gevolgen van het BHV-plan.
  10. Als u uw BHV-plan aanpast dan heeft de OR instemmingsrecht.
Meer weten

Als u meer wilt weten over de Bedrijfshulpverlening lees dan ons artikel op de website. Verder is er op 2 november de dag van de BHV. Dan staat de bedrijfshulpverlening centraal. Informatie hierover en praktische tips vindt u op een speciale website.

Steeds vaker een thuiswerkvergoeding

Door corona werken we met zijn allen zo veel mogelijk thuis. Maar hoe langer dit duurt, hoe meer vragen HR krijgt. Werknemers willen weten wie de werkplek betaalt en of zij recht hebben op een thuiswerkvergoeding. Op dit moment heeft zo’n 10% van de werknemers een thuiswerkvergoeding. Veel werknemers betalen de kosten zelf. De FNV wil de thuiswerkvergoeding vaker gaan meenemen in cao-onderhandelingen. Als het in de cao staat kunnen de werknemers aanspraak maken op een vergoeding.

Kosten

Een werknemer heeft geen recht op een vast bedrag als hij thuiswerkt. De FNV wil bij cao-onderhandelingen hierover vaker afspraken maken en gaat per sector kijken wat een reëel bedrag is. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) becijferde dat het een werknemer gemiddeld 2 euro per dag kost om thuis te werken. Dit bedrag is gebaseerd op uitgaven aan extra verbruik van elektriciteit, sneller internet, water en gas. Ook kopjes koffie en thee, wc-papier en de afschrijving op het bureau en stoel telt het NIBUD mee. Als u een vergoeding wilt betalen dan zou u zich kunnen richten op het bedrag van het NIBUD.

Cao

In de Cao Rijk, de cao Werken voor Waterschappen en de cao voor de Nederlandse callcenters zijn afspraken gemaakt over een thuiswerkvergoeding. In iedere cao staan andere afspraken en vergoedingen. De medewerkers van Nederlandse callcenters krijgen bijvoorbeeld 25 euro per maand wanneer ze fulltime thuis werken. Sommige bedrijven hebben nu al een eigen regeling. Bij verzekeraar CZ krijgt iedereen bijvoorbeeld 50 euro per maand. Als uw organisatie niet onder deze Cao’s valt dan kunt u natuurlijk afspraken maken met uw personeel. Bespreek het onderwerp eens met de ondernemingsraad (OR) om te kijken wat er leeft onder het personeel.

Alternatieven

Veel organisaties kijken op dit moment kritischer naar hun uitgaven. U kunt zonder veel extra uitgaven werknemers toch een vergoeding geven voor het thuiswerken. U kunt bijvoorbeeld voorstellen om de besparing op de reiskostenvergoeding te gebruiken voor een thuiswerkvergoeding. U kunt ook de vrije ruimte in de werkkostenregeling gebruiken om de kosten voor thuiswerken te vergoeden. Een alternatief is dat u de reiskostenvergoedingen blijft doorbetalen als compensatie voor de extra kosten van het thuiswerk. Dit jaar mag de werkgever deze vergoeding tijdens het thuiswerk gewoon laten doorlopen, omdat de belastingdienst voor dit jaar elke dag thuiswerk tijdelijk ook als een reisdag aanmerkt. Vanaf 1 januari 2021 kan dit niet meer. Dan geldt weer gewoon dat de reiskostenvergoeding gebaseerd moet zijn op daadwerkelijk woon-werkverkeer.

Werkgevers willen arbeidsvoorwaarden wendbaarder maken

De arbeidsvoorwaarden van veel bedrijven en bedrijfstakken vormen volgens de werkgeversvereniging AWVN een belangrijke hindernis bij het opvangen van de huidige crisis. Werknemers kunnen niet tijdelijk in een andere functie worden ingezet, loonkosten kunnen alleen worden verlaagd door ontslagrondes, terwijl inhaalslagen in de productie mislukken omdat de ploegendiensten niet mogen worden veranderd. De recente verergering van de pandemie heeft vergroting van de wendbaarheid van bedrijven nog urgenter gemaakt.

Volgens directeur Puts van de AWVN hebben zowel werkgevers als werknemers veel te winnen door de arbeidsvoorwaarden wendbaarder te maken: meer baanzekerheid, meer inkomenszekerheid, meer vast werk en minder afhankelijkheid van flexwerkers, een sterker bedrijf. Hij doet een oproep aan de vakbonden om tijdens de cao-onderhandelingen van de komende jaren mee te werken aan soepeler arbeidsvoorwaarden om langs die weg tijdens nieuwe crises beter toegerust te zijn. ‘Dit is ook in het belang van de werkenden, de leden van de vakbonden.’

De werkgeversvoorman stelt dat de coronacrisis ‘genadeloos de zwakke plekken heeft blootgelegd in het aanpassingsvermogen van ondernemingen’. Daarbij zijn er volgens hem grote verschillen tússen ondernemingen. Waar de een razendsnel inspeelde op de coronacrisis, had de ander de grootste moeite om zich aan te passen. Starre arbeidsvoorwaarden blijken één van de obstakels. De belangrijkste: loonkosten die niet meebewegen met de verslechterde situatie van een bedrijf; arbeidstijden die ‘inhaalslagen’ in de productie verhinderen; functiedefinities die verhinderen dat personeel tijdelijk anders wordt ingezet. De vraag is of de werknemers en vakbonden zo blij zijn met de ideeën van de werkgeververeniging. We gaan dat de komende tijd zien.

Bron: AWVN

 

Aandachtspunten RI&E en corona

De RI&E gaat over gezond en veilig werken. De risico-inventarisatie moet actueel zijn. Ook de risico’s op besmetting en verspreiding van het coronavirus moet daarom bij veel organisaties een plek krijgen in de RI&E. Veel organisaties werken met speciale corona-protocollen. Maak de link met de RI&E. Maar ook thuiswerken dat sinds corona enorm is toegenomen, zou een plek moeten krijgen in de RI&E als er sprake is van  gezondheidsrisico’s.

Nieuwe risico’s

Corona zorgt ervoor dat er soms anders wordt gewerkt. Als er aanpassingen worden doorgevoerd in werkplekken en werkprocessen heeft dit effecten op de RI&E en het plan van aanpak. Bepaalde risico’s kunnen momenteel verminderd zijn, doordat er minder mensen op de werkplek zijn, of doordat bepaalde werkzaamheden minder worden uitgevoerd. Er kunnen ook nieuwe risico’s ontstaan als gevolg van wijzigingen, bijvoorbeeld doordat medewerkers alleen werken of minder ruimte hebben om te werken.

De RI&E en corona

In de risico-inventarisatie moet het corona-virus expliciet als risico worden benoemd en er moeten maatregelen worden genomen om besmetting en verspreiding tegen te gaan. Is er een corona-protocol voor uw branche? Dan is daar ongetwijfeld al veel bruikbare informatie uit te halen. De SER heeft een handreiking geschreven waarin adviezen worden gegeven voor maatregelen voor specifieke situaties. Als er met het oog op besmettingsgevaar door het corona-virus aanpassingen worden gedaan aan werkplekken of werkprocessen, kijk dan of andere risico’s uit de RI&E direct kunnen worden meegenomen.

Inspectie

De Inspectie SZW handhaaft op risico’s op de werkvloer (Arbowet, artikel 3 en 5). Er wordt dus ook gelet op besmettingsgevaar door corona. De Inspectie SZW heeft laten weten dat zij letten  op:

  1. Situaties waarbij blootstelling een direct gevolg is van de werkzaamheden die worden verricht (bijvoorbeeld in ziekenhuizen).
  2. Situaties waarbij de mogelijkheid van blootstelling volgt uit het algemene besmettingsgevaar in Nederland (bijvoorbeeld in winkels).

Bron: Steunpunt RI&E

Werkgeversorganisaties roepen op om lockdown te voorkomen

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland zijn uitermate verontrust over het oplopende aantal coronabesmettingen en vrezen een tweede golf. Zij roepen hun achterban op om zich beter te houden aan de maatregelen. De werkgeversorganisaties roepen op om alles uit de kast te trekken om een tweede coronagolf en lockdown te voorkomen. De angst is dat de economie verder zal krimpen met alle gevolgen van dien.

Basisafspraken

Alleen samen krijgen we corona onder controle, stellen de werkgeversorganisaties. Daarom roepen ze alle branches en bedrijven op om alle sectorprotocollen die tijdens de eerste golf zijn ontwikkeld strikt na te leven en de aandacht hiervoor niet te laten verslappen. In deze protocollen staan basisafspraken om de 1,5 meter-regel en andere hygiëneregels zo werkbaar mogelijk te maken.

Wat vragen de werkgeversorganisaties van bedrijven?

  • Zorg dat werknemers met klachten écht thuis blijven.
  • Laat mensen thuiswerken als dat enigszins mogelijk is.
  • Zorg dat werknemers, klanten en bezoekers 1,5 meter afstand houden.
  • Spreek uw werknemers, klanten en bezoekers aan op naleving van de maatregelen.
  • Zorg dat de maatregelen tegen verspreiding van het virus goed zichtbaar zijn en blijven (markering op de vloer, kuchschermen en dergelijke).
  • Gebruik de handleiding die ondernemers en vakbonden gezamenlijk hebben ontwikkeld.
Overheid

Van de overheid verwachten VNO-NCW en MKB-Nederland dat de testcapaciteit en het sneltesten nu snel op stoom komt. Testen en bronnen- en contactonderzoek zijn de beste manier om het virus op te sporen en in te dammen en nieuwe verdere schade aan de gezondheid én de economie te voorkomen.

Bron VNO-NCW

Checklist werknemer uit dienst

Als HR-professional is het belangrijk goed voor ogen te hebben wat de procedure is als een werknemer uit dienst gaat. Nadat een werknemer zijn ontslag genomen heeft, of ontslagen is, moet u nog allerlei zaken regelen. Bijvoorbeeld het uitkeren van het laatste loon, inclusief het resterende vakantiegeld, het actualiseren van de administratie en het organiseren van een eventueel afscheid. In deze checklist staat waar u rekening mee moet houden als een werknemer de organisatie verlaat.

De opzegtermijn

U hebt in de eerste plaats te maken met de opzegtermijn. Wanneer kan de werknemer uit dienst. Let op, de opzegtermijn hangt af van de lengte van het dienstverband. Bij een dienstverband tot 5 jaar geldt een opzegtermijn van 1 maand. Is de duur van het dienstverband tussen de 5 en 10  jaar, dan is er sprake van een termijn van 2 maanden. Bij een dienstverband van 10 tot 15 jaar is de opzegtermijn 3 maanden. Het is mogelijk om een langere opzegtermijn af te spreken, maar dan moet de opzegtermijn voor de werkgever wel altijd minstens 2 keer zo lang zijn als de termijn voor de medewerker. De laatste werkdag wordt de opzegdag genoemd. Deze dag moet tegen het einde van de maand zijn, tenzij anders afgesproken in de cao of arbeidsovereenkomst.

Belastingdienst

Als het dienstverband van een medewerker eindigt, moet u dat melden bij de Belastingdienst. Dat kan door in de aangifte loonheffingen een datum einde inkomstenverhouding in te vullen. Zijn er door dit ontslag geen andere werknemers meer werkzaam, dan moet de Belastingdienst daar binnen een maand van op de hoogte zijn. Er moet dan aangifte gedaan worden over het tijdvak waarin nog wel loonheffing inhouden werd.

Vakantiedagen

Uiteraard heeft de medewerker nog recht op zijn laatste salaris. Heeft de werknemer een overschot aan vakantiedagen, dan mag hij deze voor het eind van zijn dienstverband opnemen. Als hij dat niet kan of wil, dan moet de werkgever de vakantiedagen uitbetalen. Let er ook op dat u eventuele lopende onkostenvergoedingen stopzet. Denk bijvoorbeeld aan een reiskostenregeling of thuiswerkvergoeding.

Pensioen

Werknemers kunnen na beëindiging van hun dienstverband hun opgebouwde pensioen meenemen naar een pensioenregeling bij hun nieuwe werkgever. De werknemer kan het pensioen ook laten staan, tenzij het om een klein pensioen gaat. Kleine pensioenen (tot 474,11 euro per jaar) worden automatisch toegevoegd aan het pensioen dat wordt opgebouwd bij de nieuwe werkgever. Blijft de werknemer bij dezelfde bedrijfstak werken en is deelname aan een pensioenregeling verplicht in die bedrijfstak? Dan loopt de pensioenopbouw door bij hetzelfde pensioenfonds. Informeer de werknemer over zijn pensioen.

Getuigschrift

Veel werknemers willen een getuigschrift hebben. Het is verplicht deze dan op te stellen. Vermeld hierin in ieder geval de arbeidsduur per dag of week, de duur van het dienstverband en welke werkzaamheden de medewerker verricht heeft. U mag, als de medewerker daarom vraagt, ook aangeven in welke mate u enthousiast over hem was. Ook de reden van het ontslag hoeft niet per se vermeld te worden. Vergeet niet het getuigschrift te ondertekenen.

Gegevens bewaren

Als de  werknemer uit dienst is, komen er geen nieuwe gegevens van hem binnen. De oude gegevens moet u wel bewaren. Zijn persoonlijke gegevens, zoals kopij van het paspoort of de ID-kaart moet u vijf jaar bewaren. De salarisadministratie moet u tot 7 jaar na de beëindiging van het dienstverband bewaren. Dat bepaalt de Belastingdienst.

Bedrijfseigendommen

Er zijn ook nog een aantal praktische zaken waar u rekening mee moet houden. U moet de werknemer er bijvoorbeeld op wijzen de eigendommen van het bedrijf in te leveren. Dit zijn bijvoorbeeld zijn mobiele telefoon, laptop, de toegangspas van het bedrijfspand, maar ook zijn leaseauto en toebehoren zoals kentekenbewijs, sleutels en tankpas. Let er ook op dat u de wachtwoorden en inlogcodes verandert die toegang geven tot het alarmsysteem van het bedrijfspand en tot gevoelige informatie.

Als u alle zaken hebt geregeld, kunt u afscheid nemen van uw werknemer.

Bron: HR Kennisbank 

Een nieuw coronahulppakket voor uw bedrijf

De impact van het coronavirus op banen en economie houdt aan en de economische recessie is voorlopig nog niet voorbij. Veel bedrijven liggen nog bijna stil.  Daarom komt het kabinet met een derde coronasubsidie en herstelpakket voor ondernemers en werkenden. Het nieuwe pakket loopt tot juni 2021. Het is gestoeld op drie pijlers: steun, helpen aanpassen en investeren. De maatregelen in dit pakket kosten ongeveer 11 miljard euro aan extra uitgaven en 1,5 miljard euro aan vervroegde investeringen. Het is handig voor uw bedrijf om de subsidiemogelijkheden te kennen.

Het kabinet verlengt vanaf 1 oktober 2020 diverse lopende steunmaatregelen. De voorwaarden daarvan worden aangepast, zodat ze meer zijn gericht op de langere termijn. Het kabinet neemt bovendien nieuwe maatregelen om bedrijven te stimuleren om meer te investeren in economische groei. Ook zet het kabinet extra middelen in om mensen via scholing en begeleiding te helpen bij het vinden van nieuw werk. Het kabinet heeft nu de volgende maatregelen en coronasubsidie

NOW (tegemoetkoming loonkosten)

Deze regeling wordt ook met negen maanden verlengd, met drie keer drie maanden. In die periode wordt de NOW geleidelijk afgebouwd, zodat ondernemers en werkenden tijd en ruimte hebben om zich aan te passen. Meer informatie over deze coronasubsidie vindt u op: Informatie, voorwaarden en aanpassingen NOW.

Tozo (inkomensondersteuning zelfstandigen)

Deze regeling wordt ook negen maanden verlengd, tot en met 30 juni 2021, en kent een toets op beschikbare geldmiddelen. Gemeenten bieden vanaf 1 januari 2021 extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie. Meer informatie vindt u op: Informatie, voorwaarden en aanpassingen Tozo.

TVL (tegemoetkoming vaste lasten mkb)

De belastingvrije tegemoetkoming wordt opnieuw ingezet en het maximale bedrag per bedrijf per drie maanden wordt verhoogd naar 90.000 euro. De regeling wordt met drie keer drie maanden verlengd tot en met 30 juni 2021 en in die periode geleidelijk afgebouwd, zodat ondernemers tijd en ruimte hebben om zich aan te passen. Meer informatie vindt u op: Informatie, voorwaarden en aanpassingen TVL.

Borgstellingen, leningen en garantiefondsen

De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit (BMKB-C, GO-C en KKC) blijven ook na 1 oktober 2020 beschikbaar. Meer informatie vindt u op: BMKBGO-C en KKC.

Belastingmaatregelen

Ondernemers kunnen tot 1 oktober 2020 belastinguitstel aanvragen. Daarmee loopt het uitstel op uiterlijk 1 januari 2021 af. Ondernemers moeten echter niet alsnog in de knel komen bij het terugbetalen en krijgen met twee jaar ruim de tijd om de opgebouwde belastingschuld weer af te lossen. De tijdelijke verlaging van invorderingsrente naar bijna nul wordt verlengd tot en met 31 december 2021, zodat ondernemers met zo min mogelijk extra kosten worden geconfronteerd. Meer informatie hierover vindt u hier.

Bron: Rijksoverheid

Aandachtspunten bij collectief ontslag

Bij een reorganisatieproces zijn er verschillende zaken waar u rekening mee moet houden. De impact van een reorganisatie is voor betrokkenen soms groot. Vooral als er ontslagen vallen. Als u van plan bent om binnen 3 maanden ten minste 20 werknemers  in een werkgebied te ontslaan dan is er sprake van collectief ontslag. Het ontslag hoef niet gedwongen te zijn. Ook ontslagen met wederzijds goedvinden tellen mee. Voor collectief ontslag zijn er verschillende regels waar u rekening mee moet houden.  Als u 20 of meer werknemers wilt ontslaan moet u dit melden bij de vakbonden en het UWV. Als u dit niet doet dan kan dat leiden tot vernietiging van het ontslag. Dit moet u dus niet vergeten te doen.

Vakbonden

Als u met de vakbonden in gesprek bent, zal het overleg in ieder geval gaan over of u het collectief ontslag kunt voorkomen of het aantal ontslagen kunt verminderen. Ook zal de vakbond van u willen weten of u de gevolgen van het collectief ontslag kunt verzachten. Zij zullen aandringen op een sociaal plan. Als u met de vakbond geen afspraken kunt maken over een sociaal plan dan kunt u ook met de ondernemingsraad een sociaal plan afsluiten. Vergeet in ieder geval niet om de ondernemingsraad (OR) te informeren. De OR heeft op grond van artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden namelijk adviesrecht als u wilt reorganiseren.

Afspiegelingsbeginsel

U kunt niet willekeurig werknemers ontslaan. Bij collectief ontslag bepaalt het zogenaamde afspiegelingsbeginsel de volgorde van de ontslagen. U deelt uw werknemers met gelijke functies in leeftijdsgroepen in. Wie binnen een leeftijdscategorie als laatste in dienst is gekomen, krijgt als eerste ontslag. Met de Afspiegelingstool van UWV kunt u de volgorde bepalen. U kunt ook zelf een indeling maken.

UWV

U moet het collectief ontslag ook melden bij het UWV. Als u dat gedaan hebt dan neemt het UWV uw verzoek in behandeling. Het UWV controleert of u voldoet aan de wettelijke eisen om uw werknemer te ontslaan (redelijke grond, herplaatsing). Als het UWV niet akkoord gaat, mag u uw werknemer niet ontslaan. U kunt dan de kantonrechter inschakelen. Een maand na de melding van het voornemen tot collectief ontslag kunt u de arbeidsovereenkomsten pas opzeggen of ontbinden. Verklaren de vakbonden schriftelijk dat zij zijn geraadpleegd en dat zij akkoord gaan met de ontslaggolf. Dan geldt die termijn niet.

Meer weten

Als u meer wilt weten over reorganisaties en een sociaal plan volg dan de cursus HR en reorganisatie. In een dag praten we u bij.